Festijn

Mijn liefde voor Le Mans is groot maar het is ook gekkenwerk. Een snelle rekensom leverde op dat in 6 dagen tijd meer dan 85 uur gewerkt is. Dat geldt niet alleen voor mij maar in principe voor iedere serieuze fotograaf en journalist, teamlid en organisatie.

Hoewel het circuit ieder jaar een beetje van zijn charme verliest door verandering van veiligheid of regels blijft de Franse chaos me boeien. Neem de startgrid. De perschef die zelf fotografen van de startgrid ging verwijderen. Dat is een prima actie zolang je zorgt dat er aan de andere kant niemand meer op kan. Nu echter stroomden er steeds weer fotografen aan beiden uiteinden van de pitlane de grid op een soort dweilen met de kraan open. Dat wordt nog erger als je ziet dat collega’s wel kunnen fotograferen wat jij niet meer kunt en dus klim je over de pitmuur weer terug de grid op. Het kan namelijk niet zo zijn dat je klant wel beelden ziet die hij had willen hebben terwijl jij blijft beweren dat je niet op de grid mocht zijn.

De reden waarom men de grid schoon wilde hebben was mij duidelijk. Alle teams stellen zich op in strakke rijen op start/finish en dat plaatje ziet er mooier uit als je alleen teamleden hebt. Echter dan moet je het zo organiseren dat er voor iedereen een werkbare situatie is. Voor de fotografen was dat niet het geval en dus krijg je het betere duw, trek en scheld werk. Jammer want met een beetje inzicht had je dit vlekkeloos kunnen organiseren.

Tussen Le Mans en mij is het echte liefde. Van de rit er naar toe, het simpele edoch zeer efficiënte hotel waar ik al sinds jaar en dag huis, het vliegveld, de fans, de sfeer in de paddock, de rare werktijden, het slechte klimaat in de perskamer, de avontuurlijke scootertochten en wat te denken van de voortdurende vraag wat het weer gaat doen.

Als fotograaf maak je een planning. Zeker op een circuit als Le Mans waar je veel tijd nodig hebt om bepaalde punten op het circuit te bereiken is het juist indelen van je tijd belangrijk. Dit jaar had je om 15.00uur nog geen idee hoe het weer om 19.00uur zou zijn en dus moest je redelijk flexibel op het laatste moment besluiten of je rit naar de andere kant van het circuit zin heeft.

Ik was eigenlijk voor 98% van mijn tijd met Audi bezig. Ik heb me daar voor de deur kapot geërgerd aan de live-cameraman en zijn assistent. Iederen pitstop deed die beste man hetzelfde. Je kunt zeggen dat dat handig is want dan weet je waar je aan toe bent, maar die beste mannen gingen steeds op hetzelfde punt staan. Precies het punt waar die Castrol sticker op die Audi zit en dus werd ik gek. Ik vroeg hem of hij ook wel eens wat anders probeerde maar hij maakte me duidelijk dat hij op zijn headset te horen kreeg wat hij moest doen en dat was inderdaad steeds hetzelfde.

Ook zo grappig. Het feit dat wij met een helm op moesten werken had te maken met veiligheid. Als voorbeeld halen ze dan aan die cameraman die enkele jaren geleden werd aangereden in de pitlane. Nu stel ik de vraag, wat waren de enige aanwezigen in de pitlane zonder helm? De cameramannen. Zij konden geen helm op want ze moesten een headset dragen… Zo’n set doppen waardoor je alleen maar je regisseur hoort en niets van de omgeving meekrijgt. Zou dat misschien de reden geweest zijn dat die bewuste aangereden cameraman die auto niet aan hoorde komen?

Het is tegenwoordig niet vaak meer mogelijk om echt in alle vrijheid te kunnen werken. Als fotograaf maak je het liefst een reportage naar eigen idee en inzicht. Dat zou kunnen voor een magazine maar die hebben tegenwoordig hun eigen huishouding zo slecht voor elkaar dat ze zeker geen freelance fotograaf een week naar Le Mans gaan sturen. Dus blijven teams en sponsors over. Ik was dit jaar aan het klussen voor Audi en Castrol. Fijne klanten maar er blijft altijd wat te wensen over.

2008 was voor mij hét jaar. Van Merksteijn Motorsport nam deel met een Porsche RS Spyder met een volledige Nederlandse bezetting. Fijn team, fijne mensen. Of het nu de rijders waren, Frans Verschuur, Gerard Grouve, Armand Broekmans en de monteurs, de engineers of de mensen van Porsche. Het was zeer plezierig werken. Natuurlijk was er wel eens een dingetje. Maar zonder wrijving geen glans en dus hoort dat bij het succes. Daar kon ik werken op een manier zoals ik denk dat het moet.

Tot op de dag van vandaag baal ik van dat project. Ja het klopt u leest hier een tegenstrijdigheid. In 2008 was ik eigenlijk alles aan het oplijnen voor 2009. We zouden aanvankelijk twee jaar deelnemen. Grappig, ik schrijf ‘we’ maar zo voelde het ook. Maar nadat in het eerste seizoen alles was gewonnen wat er te winnen viel besloot men, denk ik terecht, er mee te stoppen. Maar ik loop nog steeds met de ideeën en wensen voor 2009 in mijn hoofd. Nu heb ik van het weekend een paar goede gesprekken gehad en dus ook een beetje hoop dat ik in 2013 me voor 100% kan richten op één project. Een project waar ik de vrijheid krijg om te maken en bedenken wat ik wil. Bij Van Merksteijn begrepen ze in 2008 wel degelijk dat het bedrijven van serieuze autosport niet alleen het laten rijden van een auto zijn. Je moet ook zorgen voor media-aandacht.

Kortom, ik baal eigenlijk een beetje dat ik weer een jaar moet wachten op Le Mans. Mijn ideeën en visie hou ik nog wel even voor mezelf hoewel die toepasbaar zijn op ieder serieus autosport project. Hoe ik het ook bekijk, Le Mans heeft hét. En mocht je autosport leuk vinden dan moet je ooit een keer naar Le Mans. Sla je tent, caravan of ander onderkomen op op het circuit en geniet van alles dat Le Mans is. Vaders neem je zoon mee want de rest van zijn leven zal hij het hebben over die eerste keer dat hij met zijn vader mee mocht naar Le Mans. Je kunt het niet omschrijven, je moet het beleven.

Al die kleine ergernissen wegen namelijk niet op tegen het plezier dat ik beleef aan mijn werk in Le Mans.

Geef een reactie