Mislukt

Ik had een interview en de vraag was of ik wel eens gewoon geluk heb of dat het kennis is. De vraag was gerelateerd aan mijn werk als fotograaf waar ik vaak probeer iets anders te maken door het nemen van risico’s. Uiteraard begon ik mijn antwoord met het gegeven dat je door je ervaring en kennis ook geluk af kunt dwingen maar dat je ook wel eens geluk hebt en toen herinnerde ik me een moment tijdens een workshop…

Tijdens een Canon evenement mocht ik geoefend fotografen kennis laten maken met zogenaamde lange lenzen. 300, 400, 500 en 600mm. We waren op een circuit en ik begon de dag met een verhaaltje over hoe ik denk en werk. Wat ik belangrijk vind en wat ik graag terug zie. Een deel van dat verhaal gaat over het werken met extreem lange sluitertijden. Een effect dat geweldig werkt in combinatie met die zogenaamde ‘lange lenzen’.

De cursisten kozen op een gegeven moment positie op het dak van het pitsgebouw en ik observeerde de klas van een afstand. Je ziet vaak al aan hoe iemand zijn ‘gereedschap’ gebruikt of het een kans van slagen heeft of niet. Juist omdat ik hier te maken had met geoefende fotografen zag het er allemaal best goed uit. Ik zag echter ook dat men niet echt tevreden was. Ze kruipen dan naar elkaar toe toe, beginnen ervaringen uit te wisselen, halen er wat mensen van Canon bij en het belangrijkste kenmerk van dit samen zijn was het hoofdschudden in de negatieve richting.

Toen ik aan kwam lopen begon men te lachen en confronteerde me met het verhaal dat het nagenoeg onmogelijk was om met een 500mm lens, vanuit die positie een auto te fotograferen terwijl je een lange sluitertijd gebruikt. In de ochtend had ik daar genoeg voorbeelden van laten zien maar nu in het praktijk gedeelte twijfelde men aan mijn verhaal…

Er stond best wat wind en dat maakt het stil kunnen houden van die lange lenzen niet eenvoudig. Dus als je meebeweegt met een auto en de wind krijgt grip op je lens dan kun je wel vergeten dat je exact met je onderwerp mee kunt bewegen. Ik pakte de camera en lens van een deelnemer. Keek door de zoeker om te kijken wat mijn beeld was, zette het eenpootstatief op de juiste hoogte, deed een test door een auto te volgen en stapte een paar stappen opzij. De gekozen sluitertijd van 1/40sec. De volgende auto volgde ik en deed één keer KLIK…

Inmiddels stond er zo’n tien man om me heen. Het was het moment van de waarheid. Die ene klik moest bewijzen dat ik echt een trucje kon of zakte ik door het ijs? Op de display van de camera stond een duidelijk herkenbare auto in volle actie en nog scherp ook. De mannen om mij heen waren duidelijk onder de indruk. Ik had iets gedaan wat hen gedurende een half uur proberen niet was gelukt. Ik was in 1/40sec toch iets meer in waarde gestegen.

Natuurlijk moet je een beetje geluk hebben met zo’n alles of niets foto, maar het geheim zat hem in de twee stappen die ik opzij zetten. Daardoor dekten een aantal toeschouwers de wind af en kon ik zonder al te grote problemen mijn onderwerp volgen en vastleggen. Is dat dan de kennis die je hebt vergaard als fotograaf, of gewoon basiskennis van het werken in de buitenlucht.

Weten wat je doet heeft vooral te maken met gemaakte fouten in het verleden. Ik had geluk dat ik ze mocht maken…

Het Hesje

Had zojuist een telefoongesprek met iemand over fotografen hesjes.

Het fotohesje is een gewild object voor iedere beginnende fotograaf of wannabee fotograaf. Het geeft je toegang tot een gebied waar niemand anders mag komen als alleen de fotograaf. Sommigen zijn zo blij met dat deel van hun accreditatie dat ze er de hele dag in rondlopen. In de wereld van autosport zie ik ze soms zelfs in de perskamer achter hun laptop met de tabard aan. Meestal volstaat een pasje voor toegang tot de pitlane maar velen gaan volledig uitgedost met hesje als een ‘pro’ ook hier te werk. Hoe dan ook, je kunt meestal niet zonder en dus is zo’n hesje een belangrijk deel van je uitrusting.

Persoonlijk erger ik me vaak dood aan deze ‘kledingstukken’. Aan de ene kant is het vervelend om in te werken omdat men er niet over na denkt. Bij het Wereldkampioenschap Formule 1 heb je twee mogelijkheden. Je kiest voor een permanent fotovest of voor een race-by-race hesje. Beiden zijn gemaakt om in te werken. Maar doe je DTM dan krijg je een uitvoering waarvan men trots zegt dat het dezelfde zijn als gebruikt bij Champions League voetbal. Wat is het verschil tussen voetbal en autosport? Bij voetbal zit je meestal rustig op je plek je werk te doen en bij autosport loop je de hele dag rond met een kilootje of 15 aan apparatuur. Camera’s aan je schouders en bewegen maar…

Je wilt dus geen hesje dat te warm is en je wilt niet dat je apparatuur van de schouders schuift. Maar wat ik ook niet begrijp, waarom zijn er raceseries of circuits die vinden dat de fotohesjes reflecterend moeten zijn? Persoonlijk vind ik het hoogst irriterend dat je foto verpest wordt door collega’s die in beeld alle aandacht opeisen. Moeten ze als richtpunt dienen voor coureurs? Ik heb wel eens gehad in de tijd dat Marlboro regenponcho’s uitdeelde dat men ons er op wees dat die voor een rode vlag konden worden aangezien. Waarom laat je fotografen er dan wel uitzien als marshals? Straks gaat een coureur naar jou lopen gebaren als hij een brandblusser nodig heeft.

Volgens mij moet een fotografen hesje herkenbaar zijn. Je moet kunnen zien dat iemand in een bepaald gebied mag komen. Maar dat kan ook met groen, grijs, blauw of afgeleiden daarvan. Het fijnst vind ik de hesjes gemaakt van dun katoen met aan de hoeken touwtjes om ze vast te knopen. Niet van die elastieken die altijd net op de hoogte van een zak zitten oid.. Gewoon simpel, licht, stroef en onopvallend. Ook belangrijk; kleurvast. Ik heb wel eens gehad dat na een dagje regen je je eigen kleding weg kon gooien omdat je de kleuren van het hesje er niet meer uitgewassen kreeg.

Je hebt uiteindelijk geen keuze. Je zult er in moeten werken, maar gewoon een beetje logisch nadenken zou het in veel gevallen voor fotografen een stuk aangenamer maken. Wat dat betreft heeft zo’n stukje stof met een nummer meer om het lijf dan je in eerste instantie zou denken.

Vingervlug

Ik geef nogal wat lezingen. De meeste voor Canon en veelal in het Engels. De inhoud en boodschap veranderen met grote regelmaat omdat de toehoorders niet altijd dezelfde doelgroep is. Soms gaat het over een specifiek product, over een nieuwe ontwikkeling, techniek en als ik geluk heb mag ik praten over mijn passie. Die passie is fotografie en niet autosport. Het werken met licht, het bedenken wat je wilt laten zien en dat vertalen naar je camera. Het gemak van 2012 is dat je redelijk snel kunt zien dat wat je in je hoofd hebt ook juist vertaald hebt. De display achterop je camera geeft de uitslag onmiddellijk. Maar de charme van het werken met film is niet alleen meen mooie herinnering, het is ook nog altijd een voorsprong die ik heb op de beginnende fotograaf anno nu.

Toen ik nog heel jong was kreeg ik af en toe een filmpje van mijn vader. Je had 36 opnamen en dus moest je eerst nadenken en dan doen. Je wilde onthouden wat je had gedaan en dus schreef ik dat op. Dan ging je je film inspoelen en in je ontwikkeltank stoppen. Dat deed je in het pikkedonker. Ieder streepje licht zou fataal zijn. Alles op gevoel. Je filmpje openbreken, afknippen, inspoelen en veilig opbergen. Dan de vloeistoffen en het schoonspoelen en dan…. Het was toch altijd weer spannend wat er op de film stond. Had je goed gedacht en juist gehandeld? Dan in de donkere kamer een print maken en kijken naar het eindresultaat. Dat was genieten. Dat wat je vaak een dag of dagen eerder bedacht had was uiteindelijk vertaald naar een stuk papier. Daar was je trots op daar werd je gelukkig van. Let wel ik was nog geen 15 jaar oud toen ik dit geluk al mocht ervaren.

Het eerst denken en dan gaan doen is iets dat velen tegenwoordig omdraaien. Dat kan ook en levert soms prima foto’s op maar ik denk nog wel eens terug dan die tijd van vroeger. Nee niet dat het toen beter was. Maar het was een hele goede leerschool. Maar wat was het een zooitje! Na afloop van een Grand Prix kon je 3 films ontwikkelen. Films, schaar, spoeltjes, tank… Alles ging in de lichtdichte zak. Met je handen deed je alles op de tast. Ik brak altijd mijn filmpjes open met m’n vingers. Dan het begin van de film recht afknippen en de hoekjes bijknippen om het inspoelen te vergemakkelijken. Dan de film in het spoeltje draaien en dan in de tank. Dat dus 3x. De vloeistoffen maakte je aan zodra je een perskamer betrad. Op het exact de juiste temperatuur had iedere fotograaf zijn flessen chemicaliën klaar staan. En na de chemicaliën moest je de film spoelen met water. Het gevecht om de kraan was begonnen want na afloop van die race had iedereen haast! Dan de film afstrijken en droogföhnen. Het was een drukte van jewelste. Het was een zooitje en we hebben heel wat tapijtjes vernield met onze knoeipartijen.

Het werd nog mooier. In een tank konden 3 spoelen. En die spoeltjes waren gemaakt voor één film. Maar als je genoeg ervaren was en echt gevoel in je vingers had dan kon je ook twee films tegelijkertijd inspoelen. En dus verhoogde je je capaciteit naar 6 films! Je kunt je die spanning nu niet meer voorstellen maar bedenk dat je in Brazilië een uur de tijd had om een podium foto bij de krant te krijgen. Je bent nog aan het nazweten van de race en dan moet je in alle rust die filmpjes inspoelen. Uiterst precies ontwikkelen en drogen. Dan het juiste beeld selecteren en inscannen. Dat duurde ook even. Dan nog de juiste captions er bij en dan met je modem inbellen. Piiiiiieeeep!!!! Gelukkig verbinding! En dan maar hopen dat de lijn niet verbrak want dan moest je weer opnieuw beginnen! Minuten tikten weg. De deadline kwam dichterbij en dus mocht er echt niets meer fout gaan!

Het was het vak en dat was het mooiste dat er was! En dus moet ik wel eens lachen om de problemen die fotografen van nu soms hebben. Moeten ze 30 euro betalen voor internet! Man ik rekende 3000,00 gulden af na afloop van een Grand Prix. Dan klagen ze over de snelheid van het internet. Nou je moet eens met je modem in gaan bellen! Tegenwoordig is het allemaal zoveel mooier, makkelijker en beter. Maar die kennis van toen is nog altijd de basis van nu.

Belangrijkste les, eerst nadenken dan doen. Heel goed nadenken. Zelfs nu alles veel beter is…

Young Drivers

Volgende week vindt hier op het circuit in Abu Dhabi de Young Driver Test plaats. In Nederland zijn een aantal autosportliefhebbers al een beetje opgewonden. Terecht! Het zou geweldig zijn als de heren Frijns en Van der Garde door kunnen dringen tot de Formule 1. Dat maakt het aanschouwen van de races een stuk interessanter en kan een impuls zijn voor de autosport in Nederland.

Het is echter niet zo simpel als sommige denken. De beste coureur die Nederland ooit gehad heeft is Jos Verstappen. Zelden zo’n getalenteerde coureur gezien. Hij was al een hype aan het begin van zijn carrière. Hij won of werd derde met slechts twee achterwielen in de Formule Opel. Hij reed in de Formule 3 iedereen het snot voor de ogen. Let wel. Toen was F3 een serieuze klasse. Nu zie je door de bomen het bos niet meer met FR, GP3, F3 in al zijn vormen, F2, AutoGP etc.. Jos reed zich duidelijk in de kijker bij de F1 teams en kreeg een kans gebasseerd op talent.

In zijn eerste optreden in Estoril de dagen na de Grand Prix aldaar verpletterde Jos de reguliere rijders. Hij was sneller dan de tijd die die heren in de kwalificatie een paar dagen eerder hadden gereden en dat maakt indruk en dus kon hij kiezen uit McLaren of Benetton. Fijn! Maar toen was een F1 auto nog wel gewoon zo’n apparaat met een stuur zonder al die knopjes. De overgang van F3 naar F1 was groot maar met dat talent te overzien.

Neem nu Robin Frijns. Hij heeft indrukwekkende jaren achter de rug. Drie kampioenschappen op rij is goed. Heel goed! Maar nu. Hij mag dinsdag in een auto stappen die welleswaar lijkt op die waar hij afgelopen jaar mee reed maar wat betreft bediening een compleet andere auto is. En dan heb ik het nog niet eens over de banden. Wat dat betreft is het jammer dat hij slechts één dag heeft om zich te bewijzen. Twee halve dagen had ik al een betere optie gevonden. Even wennen, nachtje slapen en met meer bagage de tweede dag aanvangen.

Kortom, Robin heeft een kans maar laten we eerlijk zijn. De naam van Da Costa gonst op dit moment harder door de paddock. Won geen titel maar wat als hij het hele jaar gereden had in de FR 3.5?

Laten we dus hopen dat Robin een contract krijgt als derde rijder bij een team en dat dat team het budget voor GP2 betaald. Dan kan hij rijden en bijvoorbeeld wennen aan de banden. Dat zal moeilijk genoeg zijn want hij moet in de GP2 genoegen nemen met een half uurtje training en dan vooral weinig rondjes in de kwalificatie.

Giedo van der Garde lijkt een stuk dichter bij een F1 stoel. Heeft zich al bewezen en heeft inmiddels meer dan genoeg ervaring. Politiek en sponsoring zullen doorslaggevend zijn. Als hij de komende weken alle puzzelstukjes op de juiste plek kan leggen, waarbij een groot deel niet door hem worden geplaatst, dan zie ik hem wel racen in 2013.

Nog verder kijkend. We kunnen lyrisch zijn over aanstormende karttalenten maar daar moeten we ook realistisch zijn. De eerder genoemde Robin Frijns maakte op mij nooit echt indruk met een kart. Maar zijn talent om met Formule-auto’s overweg te kunnen is er zeker. Hard gaan op een kart is dus geen garantie voor een succesvolle toekomst met auto’s.

Hoe we het ook bekijken, het wordt een mooie week in Abu Dhabi. Een week waarin we hopen dat dromen uitkomen. Het mooie is dan dat ik denk dat we in dit geval allen dezelfde dromen hebben.